Bestuur en organisatie
Het bestuur van Amsterdam: ambitieus op papier, maar falend in de praktijk
Amsterdam profileert zich graag als progressieve, innovatieve metropool – een stad die vooroploopt in duurzaamheid, inclusie en internationale allure. Onder burgemeester Femke Halsema en het huidige college (sinds 2022) klinkt de retoriek van ‘rechtvaardige stad’, ‘bestaanszekerheid’ en ‘bestuurlijke vernieuwing’ luid. Toch stapelt de kritiek zich op: trage besluitvorming, financiële tegenvallers, een falend integriteitsbeleid, oplopende schulden en een organisatie die zichzelf als onbestuurbaar bestempelt. In 2025 en begin 2026 lijkt het stadsbestuur vooral bezig met crisisbeheer en interne conflicten, terwijl structurele problemen zoals de woningnood en leefbaarheid onopgelost blijven.
Integriteit onder vuur: conflict met de eigen ombudsman
Een van de scherpste kritiekpunten is het Bureau Integriteit van de gemeente zelf. In november 2025 publiceerde de Amsterdamse ombudsman een vernietigend rapport: het bureau schiet ernstig tekort bij het aanpakken van sociale onveiligheid, zoals pesten, racisme en andere misstanden op de werkvloer. Meldingen lopen te lang door, afhandeling is onvoldoende onafhankelijk en er ontbreekt daadkracht.
Burgemeester Halsema reageerde furieus op een conceptversie: ze noemde de methode en inhoud ondeugdelijk, en er volgden gespannen gesprekken op het stadhuis. Halsema verzette zich initially tegen een volledig externe commissie integriteit, uit angst voor stroperigheid. Pas na forse druk uit de raad en media (waaronder kritiek op haar eigen bemoeienis) zwichtte ze in februari 2026: de commissie wordt alsnog volledig extern, zonder rol voor de burgemeester. Dit roept vragen op over onafhankelijkheid en leiderschap: waarom moest het zo ver komen?
Bronnen:
- NRC: Amsterdam op ramkoers met eigen ombudsman
- Accountant.nl: Bureau Integriteit schiet tekort
- NieuwRechts: Druk breekt verzet Halsema
Financiële wanorde en oplopende schulden
De gemeentelijke financiën ogen op papier solide, maar de realiteit is zorgwekkend. In december 2025 meldde de gemeente een tegenvaller van liefst 31,8 miljoen euro, vooral door hogere kosten in de bedrijfsvoering. Partijen als Volt waarschuwen al jaren voor stijgende schulden en het doorschuiven van problemen naar toekomstige colleges. De begroting 2026 is de laatste van dit college, maar biedt weinig zekerheid over rijksmiddelen na 2027.
De Rekenkamer Amsterdam signaleert in haar onderzoeksprogramma 2026 structurele problemen: gebrek aan inzicht in financiële stukken, complexe bestuurlijke verhoudingen tussen centrum en stadsdelen, en onvoldoende grip op budgetten. Dit alles terwijl de stad kampt met personeelstekorten, trage uitvoering en een organisatie die Halsema zelf “onder druk” noemt.
Bronnen:
- Het Parool: Miljoenentegenvaller door hogere kosten
- Volt: Kritiek op begroting 2026
- Rekenkamer Amsterdam: Onderzoeksprogramma 2026
Organisatie op de schop – maar waarom nu pas?
In september 2025 erkende het college openlijk dat de eigen organisatie niet meer werkt: trage besluitvorming, onveilige werksfeer en gebrek aan bestuurbaarheid. Halsema en wethouders kondigden grootschalige hervormingen aan. Critici wijzen erop dat dit geen nieuw inzicht is – evaluaties van het bestuurlijk stelsel (juli 2025) toonden al jaren wisselend samenspel tussen centrum, stadsdelen en raad.
De stad groeit, maar de ambtelijke machine hapert. Dit leidt tot frustratie bij inwoners: waarom duurt het zo lang om problemen als woningnood, netcongestie (die bouw stillegt) en leefbaarheid aan te pakken?
Breder falen: woningcrisis en prioriteiten
Hoewel niet direct een ‘schandaal’, illustreert de woningcrisis het bestuurlijk onvermogen. Amsterdam belooft betaalbare huizen, maar de praktijk is stagnerende bouw, hoge prijzen en vertrek van locals. Netcongestie bedreigt zelfs lopende projecten, en het stadsbestuur lobbyt bij het Rijk zonder harde garanties.
Het college lijkt reactief: interne conflicten en reorganisaties slurpen energie, terwijl structurele opgaven (bestaanszekerheid, klimaat, veiligheid) blijven liggen. De progressieve ambitie botst met realiteit: te veel woorden, te weinig uitvoering.
Conclusie: tijd voor écht leiderschap
Amsterdam verdient beter dan een bestuur dat vooral intern worstelt en externe kritiek wegwuift. De omslag naar een externe integriteitscommissie is een stap vooruit, maar lost de diepere problemen niet op: bureaucratie, financiële onzekerheid en een organisatie die zichzelf niet meer regeert. Zolang het college prioriteit geeft aan zelfreflectie in plaats van concrete resultaten, blijft de stad hangen in stagnatie. Inwoners voelen het dagelijks: een stad die groeit, maar niet voor hen. Het is hoog tijd dat het bestuur zich minder richt op interne twisten en meer op wat écht telt: een leefbare, betaalbare en veilige Amsterdam voor al haar bewoners.