Direct naar inhoud
Gemeente Amsterdam logoGa naar de homepage

Uit in Amsterdam

De uitgaanscultuur in Amsterdam is de afgelopen jaren niet alleen veranderd, maar in belangrijke opzichten ook verhard en gevaarlijker geworden.

Wat ooit een bruisend, relatief vrij en creatief nachtleven was – denk aan de jaren 90 en 2000 met housefeesten, diverse clubs en een tolerante sfeer – heeft plaatsgemaakt voor een scene die gedomineerd wordt door excessief middelengebruik, normalisering van agressie, ondermijnende criminaliteit en een groeiend gevoel van onveiligheid, vooral voor vrouwen en reguliere bezoekers.

Neem de drugs: na de coronapandemie ontstond er een duidelijke “knaldrang” onder uitgaanders. Het Grote Uitgaansonderzoek (Trimbos) en de Antenne Amsterdam laten zien dat het gebruik van MDMA/XTC, cocaïne en andere stimulerende middelen sinds 2022 fors is toegenomen – bij jongvolwassenen in de hoofdstad ligt het percentage dat recent harddrugs gebruikte structureel hoger dan het landelijk gemiddelde. In 2024 gebruikte landelijk 1 op de 4 jongvolwassenen (18-29) ooit drugs in het afgelopen jaar, met een stijgende lijn voor cocaïne en XTC sinds 2015. In Amsterdam, waar het uitgaansleven intensiever is, ligt dat percentage nog hoger. Tegelijkertijd daalde het aantal mensen dat überhaupt uitgaat niet mee: velen blijven thuis indrinken of gaan alleen naar grote events, maar wie wél de stad in gaat, compenseert vaak met zwaardere doseringen.

Dit hoge middelengebruik botst met een andere trend: de agressie in de horeca en op straat is fors toegenomen. Volgens de Regionale Veiligheidsrapportage en politiecijfers uit 2025 is geweld tegen horecapersoneel, portiers en bezoekers in uitgaansgebieden zoals het Leidseplein, Rembrandtplein en de Wallen-area significant gestegen. Horecabedrijven organiseren inmiddels agressietrainingen als standaard onderdeel van de bedrijfsvoering – iets wat tien jaar geleden nauwelijks nodig was. Drank, cocaïne en een kort lontje vormen een explosieve combinatie: vechtpartijen, bedreigingen en messenincidenten zijn geen uitzondering meer, maar bijna wekelijks nieuws.

Daarnaast speelt seksueel grensoverschrijdend gedrag een steeds grotere rol. Uit de gemeentelijke veiligheidscijfers (Openbare orde en veiligheid in cijfers 2025) blijkt dat fysieke seksuele overtredingen vooral in uitgaansgebieden en op straat plaatsvinden. Bijna 3% van de Amsterdammers meldde in recente jaren slachtoffer te zijn geweest. Initiatieven als “We eisen de nacht op” en oranje verlichting op Amsterdam Centraal onderstrepen hoe acuut het probleem is geworden – vrouwen voelen zich ’s nachts structureel minder veilig in de stad die ooit bekendstond om haar progressieve en inclusieve uitgaansklimaat.

Ondertussen groeit de ondermijnende kant van het nachtleven. Amsterdam blijft koploper in geregistreerde drugsmisdrijven (hoogste aantal in tien jaar in 2024). De stad is een logistiek knooppunt voor de import, doorvoer en deal van cocaïne en synthetische drugs. De miljardenindustrie achter de pilletjes die in clubs worden geslikt, financiert een gewelddadige bovenwereld: liquidaties, drugslabs (167 ontmanteld in 2024 landelijk, vele met Amsterdamse link), en dumpingen van drugsafval. Bezoekers realiseren zich vaak niet dat hun “onschuldige” pilletje voor de after verbonden is aan dezelfde netwerken die de stad terroriseren met geweld.

De gemeente reageert met maatregelen – ClubEthics-programma’s, hospitality hosts, strengere handhaving op Koningsdag, beperking van bezoekersstromen – maar deze voelen vaak als symptoombestrijding. De echte oorzaken liggen dieper:

  • Normalisering van extreem middelengebruik na corona (“we hebben verloren tijd in te halen”)
  • Economische verschraling van het nachtleven (veel kleinere clubs verdwenen, overgebleven locaties moeten harder verdienen)
  • Toename van gokken in combinatie met middelen (online gokken explodeerde sinds 2021)
  • Veranderd gedrag van Gen Z: meer clubhoppen en thuispreparty’s, maar wie uitgaat doet het vaak intensiever en impulsiever

Het resultaat is een uitgaanscultuur die voor velen niet meer voelt als bevrijding, maar als survival of the fittest. Wie geen zin heeft in coke-dealers op elke hoek, agressieve groepen op straat, of de kans op een pil met onbekende (en mogelijk dodelijke) samenstelling, blijft steeds vaker thuis. En dat is wrang: Amsterdam verliest langzaam maar zeker wat het decennialang uniek maakte – een nachtleven dat inclusief, creatief én relatief veilig was.

De stad moet keuzes maken. Willen we een nachtleven dat draait op excessen, normalisering van geweld en een onzichtbare criminele onderlaag? Of durven we eindelijk serieus in te grijpen op de échte problemen: de straffeloosheid rond harddrugs, de woekerprijzen die alleen de allerrijksten nog laten feesten, en de gebrekkige bescherming van bezoekers (vooral vrouwen) in de publieke ruimte?

Zolang het antwoord daarop uitblijft, blijft het Amsterdamse nachtleven niet alleen veranderen – het wordt daadwerkelijk gevaarlijker. En dat is geen nostalgische klaagzang, maar een harde constatering op basis van de cijfers en de werkelijkheid op straat in 2026.